Bedevaart in vroegere tijden

Bedevaart Londerzeel Sint-Kristoffel

De eerste officieel geregistreerde bedevaart te voet vanuit Londerzeel St.-Kristoffel staat vermeld in het boek van Dhr. Lampin: “Scherpenheuvel, oord van vrede”, namelijk in 1845.

Met fierheid en luister mochten wij in 1994 onze 150ste bedevaart beleven.

Voorwoord bij onze 150ste bedevaart (1994)

De tijden zijn veranderd, en de meesten komen nu naar Scherpenheuvel per auto of per autocar. Toch blijven de voetbedevaarten het mooiste gebeuren. Rond auto en car hangt altijd iets van toerisme; te voet op tocht gaan echter vraagt inspanning; men moet het zelf doen.

Op-voetbedevaart-gaan voelt men in de benen, en al stappend gebeurt er iets in het hart; het is aan uw voeten voelen wat het hart raakt. Hier voelt men zijn gebed door pijn en offer versterkt. Op-voetbedevaart-gaan is bidden met de voeten, getuige zijn, heel de weg lang. Het is een beeld van ons mens-zijn: pelgrim van wieg tot graf.

Een nuchter mens heeft nood aan een concrete invulling en uitdrukking van zijn geloof, om te danken en om bijstand te vragen. Hier komt naast het verstand ook het hart aan bod. In Scherpenheuvel geneest Maria van binnenuit, geeft kalmte en rust, vertrouwen en moed om verder te leven. Hier gaat Maria met ons de pelgrimstocht van het geloof, begeleid met haar woorden: "doe maar wat Hij u zeggen zal".

Bij een jubileum als dit worden we weer even stil en vermoeden al het mooie en het pijnlijke dat in die voorbije jaren door zovele mensen werd doorleefd; reden tot dank en zelfs een beetje fierheid. Een jubileum is een moment om dankbaar te zijn om wat is kunnen gebeuren, maar ook een aanzet om zo voort te doen.

Van harte wensen wij de voetbedevaart van Londerzeel Sint Kristoffel proficiat. Het woord betekent "geluk wensen", en ook: "het helpe u vooruit". Moge dit jubileum voor de mensen van Londerzeel een stimulans zijn naar de toekomst toe, en moge Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel u allen in de komende jaren beschermen en bemoedigen.

Leon Van Rompaey, pastoor Scherpenheuvel

Het Bedevaartsoord Scherpenheuvel

Foto van het beeld van O.L.V. van Scherpenheuvel in de Basiliek te Scherpenheuvel Foto van de offerkaars van Londerzeel Sint-Kristoffel te Scherpenheuvel

Wie op een zondagnamiddag, bijvoorbeeld tijdens de meimaand, te Scherpenheuvel komt, moet wel getroffen zijn door de enorme volkstoeloop. In de huidige tijd, gekenmerkt door een verminderde toeloop naar kerk en kapel, is dit wel zeer verwonderlijk.

Waarom blijven duizenden pelgrims naar Scherpenheuvel komen, sinds enkele honderden jaren en ook nu nog, te voet, per fiets of per wagen.

De grote bekendheid en bloei van het bedevaartsoord Scherpenheuvel gaat terug tot de 17de eeuw, die een snelle uitbreiding kent van de mariale praktijken.

De geschiedenis van Scherpenheuvel wordt jaarlijks bezongen tijdens onze bedevaart.

Meer dan zevenhonderd jaren, onder 't storten van gebeeën,
trekken reeds de vrome scharen blij naar Scherpenheuvel heen,
om Maria te vereren, die er mild haar goedheid toont,
en de pelgrims eer zij keren om hun ijver trouw beloont.

Eertijds woonden hier geen mensen, 't was een woest verlaten land,
maar op 't toppunt van den heuvel stond een eikenboom geplant.
Er was een Maria's beeldje aan gehecht, zo lief, zo zoet;
en de reizer knielde neder, bad met liefd' een weesgegroet

Eens was 't wonderbeeld verdwenen, van den boom waar 't vroeger stond
doch een herder die daar weidde vond het liggen op den grond.
O, dacht d'herder, ik draag aanstonds dat Maria's beeld naar huis.
Ik zal het godvruchtig eren, hangen nevens Jezus kruis

Daarop wil hij huiswaarts treden maar wat voelt hij op dien stond?
Hij verstijft in al zijn leden, schijnt geworteld in den grond.
Vrucht'loos wil hij zich verroeren, hij blijft onbeweegelijk staan,
daar hij 't beeldje wild' ontvoeren, is hij van Gods hand geslaan.

Toen zijn mensen toegelopen, uit zijn mond 't geval vernam,
heeft hij aanstonds 't beeld genomen, en gehangen aan de stam.
Nu beweegt zich weer de herder, hij verhaalt die wonderdaad.
Men komt 't heilig beeld vereren dat daar op den heuvel staat.

O Maria, vrome scharen van Kristoffel Londerzeel,
bedevaarten sedert jaren, naar uw heilig wonderbeeld.
Zie, gelijk onze oud'ren deden: stappen wij, bestoft en moe,
met gezangen en gebeden, Lieve vrouwken naar U toe.

De "Broederschap van O.L.V. van Scherpenheuvel" te Londerzeel.

Foto van E.H. Curias, vroegere proost van de Broederschap van O.L.V. van Scherpenheuvel te Londerzeel Foto van E.H. Van Malderen, vroegere proost van de Broederschap van O.L.V. van Scherpenheuvel te Londerzeel Foto van E.H. Verhoeven, vroegere proost van de Broederschap van O.L.V. van Scherpenheuvel te Londerzeel

De eerste “Broederschap ter ere van O.L.V. van Scherpenheuvel” ontstond te Scherpenheuvel zelf in 1724, en is er nog steeds zeer actief. In zijn boek “O.L.V. van Scherpenheuvel” vermeldt J. Pallemaerts, pastoor te Scherpenheuvel rond 1920, Londerzeel Sint-Kristoffel als één van de ongeveer 20 toen gekende broederschappen.

Deze Broederschap organiseert de voetbedevaart, maar is ook daarbuiten zeer actief: verzorgen van H.Mis in de meimaand, organisaties ten voordele van missie of parochie, deelname aan vele parochiale activiteiten, de voortdurende aanwezigheid van de Scherpenheuvelvlag in de parochiekerk.

“Elk lid moet van goede huize zijn, in alle processies aanwezig zijn, evenals in de jaarlijkse zielmis voor de afgestorven leden. Dekens (ijveraars) zullen zich onthouden van vloeken en slechte praat. Sommigen moeten slechts gedeeltelijk lidgeld betalen…”. Er worden later nog een 20-tal broederschappen gevormd (zie boek “O.L.V. van Scherpenheuvel” van J.Pallemaerts, pastoor rond 1920) en daarbij staat ook Londerzeel vermeld (p.213-nr.46).

Van bedevaarders wordt wel eens gezegd dat het “een microbe” is die hen dwingt op bedevaart te gaan. We lezen in een verslag: “De meimaand deed weer het verlangen in mijn binneste heropleven, het verlangen naar OLV van Scherpenheuvel, en onbewust begon mijn geest reeds te zwerven langs donkere dennenbossen, de Demervallei, ver over de Hagelandse heuvelen naar Scherpenheuvel toe. Hoe meer de dag naderde, hoe heftiger dit verlangen. Het groeide in mij als een drang, zoekend naar ontlasting. Het werd dinsdag... ik moest terug op weg, er was geen twijfel mogelijk.”

Gans de bedevaart wordt er gebeden en gezongen, maar het lied dat bij alle omstandigheden wordt aangeheven en bij allen steeds een diepe indruk laat, kunnen we wel ons “bedevaartslied” noemen:

“Des morgens” of “Het klokje”

Des morgens als de zonne het nevelfloers doorboort,
dan zingt elk torenklokje het roerend lief akkoord:

Ave Maria, Ave Maria, Ave, Ave, Ave Maria !

En 's avonds, als zij dalend heur leste stralen schiet,
herhaalt elk torenklokje het eigen roerend lied:

O klokje, ned'rig klokje, blij zingend vroeg en spa,
ik min uw lieve tonen en zeg u telkens na: